Iedere belegger zoekt kansen. Ik dus ook. Alleen begin ik niet met de vraag die…
13F-filings: waar zit het grote geld in Q2 2026
Een analyse van 13F-filings over het tweede kwartaal van 2026 laat zien waar grote institutionele beleggers hun aandelenposities opbouwen, waar het kapitaal al zit en waar juist wordt afgebouwd. Vooral bij chipbedrijven, AI-infrastructuur en energie zijn duidelijke verschillen zichtbaar.
Vier keer per jaar krijgen we een bijzondere inkijk in de portefeuilles van grote professionele beleggers.
We zien waar zij hun geld daadwerkelijk hebben neergezet.
In de Verenigde Staten rapporteren grote institutionele beleggingsbeheerders ieder kwartaal een deel van hun Amerikaanse beursgenoteerde effecten aan de Amerikaanse toezichthouder SEC. Dat gebeurt via een Form 13F, meestal kortweg een 13F-filing genoemd.
Die informatie wordt uiterlijk 45 dagen na afloop van het kwartaal openbaar. De cijfers in deze analyse geven de gerapporteerde posities per 30 juni 2026 weer.
Eén portefeuille is één beslissing.
Leg duizenden van die portefeuilles naast elkaar en er ontstaat iets anders.
Duizenden afzonderlijke beslissingen maken samen een patroon zichtbaar.
En precies naar dat patroon kijk ik.
Waar zit het institutionele geld?
Om te beginnen kunnen we kijken welke aandelen het vaakst voorkomen in de portefeuilles van grote institutionele beleggers.
Per 30 juni 2026 zag de top tien er binnen de onderzochte groep als volgt uit:
- Apple
- Microsoft
- Nvidia
- Amazon
- Alphabet
- JPMorgan Chase
- Johnson & Johnson
- Meta
- Visa
- Broadcom
Deze top tien is gerangschikt naar het aantal institutionele beleggers dat het aandeel rapporteert. Het is dus geen ranglijst naar de totale marktwaarde van alle institutionele posities.
De lijst laat zien waar institutioneel kapitaal breed aanwezig is.
De volgende vraag is waar dat kapitaal naartoe beweegt.
Daar verandert het beeld.
Waar bouwden institutionele beleggers posities op in Q2 2026?
In het tweede kwartaal springen vooral chipbedrijven eruit.
Bijna 48% van de onderzochte institutionele beleggers kocht of vergrootte posities in chipbedrijven. 34,5% bouwde af.
Ook de aandelen waarin de meeste beleggers een volledig nieuwe positie namen, vertellen hetzelfde verhaal:
Intel. AMD. Marvell. Micron.
Alle vier chipbedrijven.
Ook binnen AI-infrastructuur zien we institutionele opbouw.
Bij datacenters ontstaat een ander beeld. Daar hielden kopers en verkopers elkaar in het tweede kwartaal vrijwel exact in evenwicht.
Binnen hetzelfde AI-thema beweegt het kapitaal dus verschillende kanten op.
Magnificent Seven: institutionele kopers en verkopers vrijwel in evenwicht
Hetzelfde zien we bij de grootste Amerikaanse technologiebedrijven.
Apple, Microsoft, Alphabet, Amazon, Nvidia, Meta en Tesla vormen samen de Magnificent Seven, ook wel de Mag 7 genoemd.
Van de onderzochte institutionele beleggers kocht of vergrootte 42% zijn positie.
44% verkocht of bouwde af.
Vrijwel evenwicht.
En juist daar wordt zichtbaar hoe breed het begrip kunstmatige intelligentie inmiddels is geworden.
Chipbedrijven leveren de rekenkracht. Andere ondernemingen bouwen de AI-infrastructuur. Datacenters huisvesten die rekenkracht. Softwarebedrijven ontwikkelen toepassingen. En de grote technologiebedrijven investeren honderden miljarden om AI in hun bestaande ondernemingen te verwerken.
Dat zijn verschillende bedrijven, met verschillende verdienmodellen en verschillende risico’s.
AI valt steeds verder uiteen in afzonderlijke kapitaalstromen.
De vraag wordt daardoor specifieker:
Waar binnen AI wil ik mijn geld hebben?
Welke sector bouwden institutionele beleggers juist af?
Aan de andere kant van het spectrum stonden in het tweede kwartaal olie- en energiebedrijven.
Ruim 40% van de onderzochte institutionele beleggers bouwde daar posities af. 28% kocht juist bij.
De beweging past in een kwartaal waarin de verwachtingen rond olie sterk veranderden.
In het eerste kwartaal schoot de olieprijs omhoog door de oorlog met Iran. In het tweede kwartaal verschoof de verwachting richting een mogelijke vrede en normalisering van de oliestromen.
In die periode bouwden institutionele beleggers hun posities in olie- en energiebedrijven duidelijk af.
Daarmee ontstaat een bredere foto van het tweede kwartaal van 2026: opbouw bij chips en AI-infrastructuur, evenwicht bij datacenters en de Magnificent Seven en afbouw bij olie en energie.
Dat vertelt meer dan de constatering dat grote beleggers ‘AI kopen’.
Het laat zien waar binnen de markt kapitaal zich begint te concentreren en waar het juist wordt teruggetrokken.
Wat laten de 13F-filings over Q2 2026 zien?
Als we de duizenden institutionele portefeuilles gezamenlijk bekijken, ontstaat een duidelijker beeld van de beweging van professioneel kapitaal.
Chipbedrijven laten de duidelijkste institutionele opbouw zien. AI-infrastructuur trekt eveneens institutioneel kapitaal aan. Bij datacenters en de Magnificent Seven houden kopers en verkopers elkaar ongeveer in evenwicht. Olie- en energiebedrijven worden relatief breed afgebouwd.
Binnen AI wordt daarmee steeds meer onderscheid gemaakt tussen verschillende onderdelen van de keten.
Dat onderscheid is belangrijk.
Want achter het ene begrip ‘AI’ gaan chipproducenten, infrastructuurbedrijven, datacenters, softwarebedrijven en grote technologieplatforms schuil.
Het kapitaal beweegt niet overal dezelfde kant op.
Ik kijk naar gedrag
Op financiële markten bestaan altijd overtuigende visies over rente, economie, olie en aandelen.
Ik kijk liever naar wat kapitaal daadwerkelijk doet.
Achter deze cijfers zitten duizenden professionele beleggers die voortdurend beslissen waar zij hun kapitaal wel en niet willen inzetten.
Vaak voor kwartalen of jaren.
Eén zo’n beslissing zegt weinig.
Duizenden beslissingen naast elkaar maken een patroon zichtbaar.
En vervolgens wordt vooral de verandering van dat patroon waardevol.
Hoe kan een belegger deze institutionele kapitaalstromen gebruiken?
De waarde van 13F-data zit voor mij vooral in het volgen van de verandering door de tijd.
Stel dat in één kwartaal ineens veel professionele beleggers posities opbouwen in een bepaalde groep bedrijven.
Dat is een eerste waarneming.
Drie maanden later kunnen we opnieuw kijken.
Breidt de beweging zich uit? Komen er nieuwe institutionele beleggers bij? Worden bestaande posities groter? Verschijnt dezelfde beweging ook bij andere bedrijven binnen dezelfde sector?
Dan krijgt één waarneming steeds meer structuur.
En drie maanden later maken we opnieuw dezelfde foto.
Zo ontstaat een reeks.
De waarde zit uiteindelijk in de verandering van het patroon.
Waar ontstaat institutionele belangstelling?
Waar wordt die belangstelling breder?
Waar begint zij juist af te nemen?
En waar verandert de richting?
Dat zijn signalen die verder onderzocht kunnen worden en die uiteindelijk kunnen helpen bij de vraag waar een aantrekkelijk voordeel ontstaat.
Daarom kijk ik ieder kwartaal opnieuw naar dezelfde vier vragen:
Waar zit het geld?
Waar komt er geld bij?
Waar wordt het weggehaald?
En hoe kan ik daarvan profiteren?
Bronnen en methodologie
Deze analyse is gebaseerd op Form 13F-rapportages over het tweede kwartaal van 2026, met als peildatum 30 juni 2026. Voor de geaggregeerde gegevens en sectoranalyse zijn SEC Form 13F-data, een Reuters-analyse van 6.371 institutionele filings en gegevens van HedgeTrace gebruikt.
Form 13F-rapportages worden uiterlijk 45 dagen na afloop van een kwartaal openbaar gemaakt. Ze geven daarmee een periodieke momentopname van gerapporteerde institutionele posities.
De Top 10 in dit artikel is gerangschikt naar het aantal gevolgde institutionele beleggers dat een aandeel rapporteert en niet naar de opgetelde marktwaarde van alle institutionele belangen.

